De Pluisgroep is (hopelijk) de enige IVN-werkgroep waarin niet wordt gewerkt en... dat werkt prima!
Wij pluizen alles uit en na, wat wij op onze wandelingen tegenkomen: planten, paddenstoelen, insecten, vogels enz., enz.
Op dinsdagochtenden lopen wij meestal in de boswachterij Dorst. Dit ruim 1000 ha grote gebied heeft zoveel variatie aan landschappen, plantengroei en dierenleven, dat elke pluistocht, ook hartje winter, wel weer iets nieuws oplevert. Op de laatste dinsdag van de maand echter, maken wij een uitstapje naar een ander gebied in de wijde omgeving. In onze jaarvergadering, in januari, stellen we daarvoor een programma op.
de eerstvolgende Pluis-uitstapjes:
| 28 mei |
De Dullaert |
| 25 juni |
Langs de Donge |
| 30 juli |
Wolfslaar + Natuurtuin |
| 27 augustus |
Regte Heide |
| 24 september |
Trippelenberg |
|
Wij vormen een interne IVN-groep en onze wandelingen zijn dan ook niet voor het publiek toegankelijk. De groep bestaat vooral uit niet zo piepjonge IVN-ers. Velen zijn natuurgids en velen hebben zo hun specialismen: plantjes, bomen, insecten, vogels, mossen, paddestoelen, enz. Al lijkt onze groep soms op een wandelende soos, we zien altijd verbazend veel, dankzij die vele, ervaren ogen, die blijven rondspeuren, ook onder gezellig gekout. Reeën en vossen zien wij zelden, maar we vinden wel de sporen van hun aanwezigheid.
Wij wandelen in wisselende samenstelling, er is geen opkomstplicht.
Van deelnemers wordt wel enige natuurkennis en actieve inbreng verwacht, dus zien wij liefst dat de voor- en najaarscursussen of de gidsencursus zijn gevolgd.
Elke IVN-er die eens van het pluiswerk wil komen proeven, is van harte welkom. We hebben verschillende vertrekplaatsen en verschillende vertrektijden, dus van tevoren graag even een telefoontje of e-mail naar de contactpersoon, Coby Stapel-van der Zalm, 076-5601524, e-mail:

| Meekijken met de Pluisgroep |
|
Eind april ging de maandelijkse excursie van de Pluisgroep naar het Ulvenhoutse voorbos.
We wilden iets zien van de bijzondere voorjaarsflora, waar dit bos bekend om is. Soms valt de hoofdbloei al eind maart en begin april, soms pas eind april/half mei. Dankzij het late voorjaar hadden we goed gegokt. De meeste voorjaarsbloeiers waren te bewonderen. Het was duidelijk te zien, waar het Ulvenhoutse voorbos de Europese Natura 2000 status aan te danken heeft. Dit natuurbeschermingsplan moet de Europese biodiversiteit gaan waarborgen.
Zie voor nadere informatie: www.natura2000.nl. |
|
(dubbelfoto)

Scheibeuk. Vroeger werd als markering van perceelsgrenzen vaak een beuk of eik als ‘scheiboom’ geplant. Het is een mooie plek om even wat uitleg te geven. |
|
(dubbelfoto)

Uitlopende beukenknoppen. De zich ontvouwende blaadjes zijn zacht, doorschijnend lichtgroen en met donzige haartjes bezet. Later wordt het beukenblad donkergroen, stug, kaal en glanzend. |
|

In bosranden en licht beschaduwde bermen heeft de Grote muur – Stellaria holostea - zijn favoriete standplaats. De blaadjes zijn lang en smal en staan kruisgewijs. De bloem heeft vijf witte, diep ingesneden kroonblaadjes en tien meeldraden. |
|

Speenkruid – Ficaria verna, is een algemeen voorkomende gele voorjaarsbloeier. De naam slaat op de wortelknolletjes en de broedknolletjes, die zich in de bladoksels vormen. Uit elk ‘speentje’ kan een nieuw plantje groeien. Speenkruid kan in het voorjaar flinke oppervlakken afdekken, maar in de loop van juni gaan de plantjes in rust en sterven af. |
|

Meanderende beek. De beek, die langs de oostgrens van het Voorbos loopt, is de Broekloop, die op het landgoed Valkenberg zijn oorsprong heeft. De beek komt aan de rand van landgoed Wolfslaar samen met de Bavelse Lei, die bij de Bieberg in de Mark uitmondt. |
|

Bosanemoon – Anemone nemorosa. Het Ulvenhoutse bos is een bosanemonenparadijs. In het vroege voorjaar liggen er overal in het bos en langs wegen en paden tapijten van tienduizenden witte sterretjes. Aan de achterkant zijn de bloemblaadjes vaak roze of paars. Een bloem kan wel 70 meeldraden bevatten. |
|

De pinksterbloem – Cardamine pratensis, is een plant van vochtig grasland en waterkanten. Hij produceert veel nectar en wordt dan ook door veel insecten bezocht. Pinksterbloem is één van de waardplanten van het oranjetipje. De rupsen eten van de bloemen en later van de vruchthauwen, niet van het blad. De kleur van pinksterbloemen varieert van wit tot paarslila. |
|
(dubbelfoto)

Dotterbloemen – Caltha palustris, is de grote broer van het Speenkruid. Het is een forse plant met diepgele, vijfvoudige bloemen. Dotters groeien altijd op natte en drassige plaatsen, in beemden en aan oevers van vijvers en beken. |
|
(dubbelfoto)

Witte klaverzuring – Oxalis acetosella. Frisgroene blaadjes en prachtige, witte bloemetjes met paarse adering. Ook een bosbodembedekker, maar helaas in de afgelopen decennia sterk achteruitgegaan. De enige overeenkomst tussen klaverzuring en klaversoorten, zijn de drievoudige blaadjes. Maar ‘s avonds vouwen klaverblaadjes zich omhoog, terwijl klaverzuringblaadjes zich als een parapluutje omlaag vouwen. |
|

Het frisse lentegroen van de Lijsterbes – Sorbus aucuparia. Het is een vroege bloeier, die bij het ontluiken van het blad al meteen de bloemknoppen laat zien. Dat worden witte bloemschermen, die na de bloei mooie, fel oranjerode bessen vormen. Lijsters zijn er dol op. |
Foto's: Tienes de Jong
tekst: Coby Stapel |
|

|